Neen, dat gaat dus niet over een uitgedroogd beest waar ze de ingewanden vervangen hebben door krantenpapier.
“Opgezet zijn met iets” betekent zoveel als “in zijn nopjes zijn met iets”, “in zijn schik zijn met”. Vaak in combinatie met versterkende bijwoorden, zoals “hij was er flink mee opgezet” of “ze was flink opgezet met haar promotie”.
Dit was aflevering 1 in de serie “Nederlands voor Noord-Nederlanders” : “opgezet zijn met”

Pingback: Nieuwe serie: Nederlands voor Noord-Nederlanders « Om ter saaist
“Van uw kloten maken”?
OK, ik weet het goedgemaakt. Jullie houden op met dat genante ondertitelen van Baantjer. Dan houden wij op met giebelen (met een L!) om jullie spraakgebruik. Deal?
Overigens. Misschien moet ik aan dit hoofdstuk toch even toevoegen dat P de uitdrukking “opgezet zijn met” gebruikte in de veronderstelling dat deze juist specifiek “Noord-Nederlands” was (om zijn terminologie te gebruiken).
zouden “jullie” niet eerst beginnen met het niet meer ondertitelen van “Flikken” dan?
Vind ik ook genant. Maar jij was hier vragende partij he.