Neen, dat gaat dus niet over een uitgedroogd beest waar ze de ingewanden vervangen hebben door krantenpapier.
“Opgezet zijn met iets” betekent zoveel als “in zijn nopjes zijn met iets”, “in zijn schik zijn met”. Vaak in combinatie met versterkende bijwoorden, zoals “hij was er flink mee opgezet” of “ze was flink opgezet met haar promotie”.
Dit was aflevering 1 in de serie “Nederlands voor Noord-Nederlanders” : “opgezet zijn met”

6 reacties
28 juni 2007 om 13:25
[...] Over ons Drugspolitiek meets infografiek… Opgezet zijn met (Nederlands voor Noord-Nederlanders , afl. 1) [...]
28 juni 2007 om 19:21
“Van uw kloten maken”?
28 juni 2007 om 23:59
OK, ik weet het goedgemaakt. Jullie houden op met dat genante ondertitelen van Baantjer. Dan houden wij op met giebelen (met een L!) om jullie spraakgebruik. Deal?
29 juni 2007 om 0:06
Overigens. Misschien moet ik aan dit hoofdstuk toch even toevoegen dat P de uitdrukking “opgezet zijn met” gebruikte in de veronderstelling dat deze juist specifiek “Noord-Nederlands” was (om zijn terminologie te gebruiken).
29 juni 2007 om 1:53
zouden “jullie” niet eerst beginnen met het niet meer ondertitelen van “Flikken” dan?
29 juni 2007 om 10:01
Vind ik ook genant. Maar jij was hier vragende partij he.